Welgeteld 56 bierbrouwerijen telde de oude binnenstad van Rotterdam tussen 1585 en 1650. Het water uit de Maas was als hoofdbestanddeel van het bier toen nog zo glashelder dat niet alleen Rotterdammers zich hun biertje goed lieten smaken. Dagelijks voeren bierschippers op en neer naar alle uithoeken van ons land. Amsterdam was een belangrijk afnemer van Rotterdams bier en er werd ook bier verscheept naar Sas van Gent in Zeeuws-Vlaanderen. De bierindustrie leverde zo een niet geringe bijdrage aan het welzijn van de stad en haar bewoners. Van alle 56 Rotterdamse brouwerijen heeft alleen het inmiddels Belgische merk Oranjeboom de eeuwen overleefd.

Michel Ball schreef een boek over de brouwers en hun manier van zakendoen. Over de opperbrouwers die aan het hoofd stonden van het brouwproces. Over de moutmakers die voor een belangrijk deel verantwoordelijk waren voor de kwaliteit van het bier. Over brouwersknechts, kelderknechts en keldermeiden. Over bierstekers en bierbeschooiers en over de belastinginspecteurs die slimmer moesten zijn dan zij die de accijns op bier probeerden te ontduiken. De schrijver putte zijn gegevens uit het oud-notarieel archief van Rotterdam.

Notarissen worden door de staat beëdigd om over allerhande zaken akten op te maken. Deze kunnen als bewijs dienen in rechtszaken. Notariële akten bezitten rechtskracht en zijn als historische bron bijzonder betrouwbaar.

Schrijver houdt zich in dienst van Stadsarchief Rotterdam al sinds 1996 bezig met het oud-notarieel archief en kent het op zijn duimpje.

Het eerste exemplaar van het boek wordt op vrijdagavond 24 april 2026 in Leeszaal Rotterdam-West door Erika Hokke, Stadsarchivaris van Rotterdam, overhandigd aan stadsgenoot Etienne Vermeulen, brouwmeester van Kaapse Brouwers.